Interview staatssecretaris Paul Blokhuis

‘We moeten rigoureus een punt zetten achter de groei van dak- en thuisloosheid’

De overheid lanceerde begin juni een brede aanpak tegen dak- en thuisloosheid. Het streven is om tienduizend nieuwe woonplekken te realiseren in anderhalf jaar tijd. Volgens de staatssecretaris van VWS Paul Blokhuis is dat nu, in tijden van corona, actueler dan ooit. “We zeggen tegen iedereen: blijf zo veel mogelijk thuis – maar wat als je geen thuis hebt? Ik vind dat wrang.”

Portretfoto van staatssecretaris Paul Blokhuis
Staatssecretaris Paul Blokhuis

Wat maakt de brede aanpak tegen dak- en thuisloosheid zo’n bijzonder initiatief?

“De doorbraak zit ’m erin dat we zelfstandige woonplekken als uitgangspunt nemen en niet langer de – alsmaar groeiende – maatschappelijke opvang. De opvang blijft heel belangrijk, net als de mensen die in deze sector werken. Maar er komt een andere mindset: de maatschappelijke opvang wordt een kleinschalig tussenstation en niet langer een plek waar mensen drie, vier jaar lang blijven zonder perspectief op de volgende stap: een zelfstandige woonplek mét de benodigde begeleiding. Hiermee zetten we echt een wissel om. We trekken hier 200 miljoen euro voor uit. Er komt ook een potje om gemeenten te helpen om creatieve woonvormen te financieren.”

“Daarnaast zetten we zwaar in op preventie om het aantal huisuitzettingen tot een minimum te beperken. Want als je mensen uit huis blijft zetten, blijf je dak- en thuisloosheid creëren! Goede schuldhulpverlening hoort hier ook bij. Betaalt iemand de huur niet? Dan moeten alle alarmbellen meteen gaan rinkelen.”

U hebt gezegd dat u het “onacceptabel” vindt dat in een rijk land als Nederland veertigduizend mensen dak- en thuisloos zijn. Hoe denken uw collega’s in Den Haag erover? En de professionals in het veld?

“Maar liefst drie ministeries omarmen de aanpak; dat geeft veel draagvlak. Ook de organisaties die het moeten gaan uitvoeren – gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders, cliëntenorganisaties – steunen het plan met veel enthousiasme. Ik hoor overal: ‘Wat gaaf dat we nu met elkaar zo’n vergaande ambitie uitspreken: in anderhalf jaar tijd tienduizend woonplekken realiseren.’ We halen hiermee het systeem uit de knoop; er komt weer beweging, en dat geeft mensen energie.”

Hoe komt het dat zo veel mensen geen thuis hebben? Wie zijn deze mensen?

“De doelgroep is heel geschakeerd: jongeren die uit de Jeugdzorg stromen en zichzelf niet kunnen redden, mensen die door een faillissement of scheiding op straat belanden, mensen met psychische problemen of een verslaving, mensen met veel talenten; er zijn zelfs mensen met een baan die dakloos raken. Uiteindelijk kan het iedereen overkomen.”

Jongeren krijgen speciale aandacht met een eigen Actieprogramma. Waarom vindt u deze doelgroep zo belangrijk?

“Mijn motto is: iedereen moet kunnen meedoen. Dat geldt zeker ook voor jonge mensen die net beginnen aan hun volwassen leven. Als je dan meteen dak- of thuisloos bent, maak je zo’n valse start. Je mist vertrouwen, in de samenleving en in jezelf. Ik vind dat onbestaanbaar. Eind 2018 zijn we met het Actieprogramma voor jongeren begonnen. Toen vorig jaar uit CBS-cijfers bleek dat het aantal dak- en thuislozen in tien jaar tijd was verdubbeld, was voor mij helder: we moeten het jongerenprogramma verbreden naar alle dak- en thuislozen.”

Nu is er het platform ‘Iedereen onder een dak’ om professionals te inspireren met het plan aan de slag te gaan. Wat verwacht u ervan?

“Ik geloof in de kracht van goede voorbeelden. Het platform laat zien wat wél kan: hoe kunnen we met de bestaande wetgeving mensen optimaal helpen? Iedereen die met de doelgroep te maken heeft, kan er zijn kennis delen. Zodat iedereen weet welke plannen goed werken in andere gemeenten. En we rigoureus een punt zetten achter de groei van dak- en thuisloosheid in Nederland.”

Wat zou u willen zeggen tegen de professionals die het plan moeten waarmaken?

“Als je de roeping hebt om kwetsbare mensen te helpen, wees dan oplossingsgericht. Denk niet vanuit wantrouwen, maar vanuit vertrouwen. Natuurlijk moet je altijd checken of iemand de waarheid spreekt, maar doe het gedreven en met vertrouwen. Ik zeg altijd: pas desnoods artikel 5 toe.” Blokhuis steekt vijf vingers op en houdt ze voor zijn gezicht. “Hiermee bedoel ik: misschien was het niet helemaal conform artikel 3, lid 2, sub c – jammer dan: je moet mensen hélpen.”