Grote ambitie Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren krijgt vorm in tastbare resultaten

Geen enkele jongere meer langer dan drie maanden in de langdurige opvang of op straat, vóór het einde van 2021. De 100% ambitie van het Actieprogramma samen met de 14 pilotgemeenten liegt er niet om. Het is al twee jaar keihard werken, maar de contouren van tastbare resultaten worden zichtbaar.

De verbondenheid tussen alle partijen die zijn betrokken bij het Actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren was op 20 mei 2021 duidelijk voelbaar bij een werksessie met staatsecretaris Paul Blokhuis (VWS) en de wethouders van de veertien pilotgemeenten. De sessie werd begeleid door het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), dat samen met de pilotgemeenten concrete oplossingsrichtingen uitwerkt. Nu de streefdatum in zicht komt, tekenen deze oplossingen zich af aan de horizon.

Portretfoto van staatssecretaris Paul Blokhuis

Oerwoud van loketten

Staatssecretaris Blokhuis stelde bij de lancering van het Actieprogramma in 2019 dat intensief samenwerken met alle betrokken instanties en op alle niveaus cruciaal is. ‘Dan kunnen we dit echt voor elkaar krijgen. Want het is onacceptabel dat tienduizend jongeren tussen de 18 en 27 jaar in onze samenleving praktisch onzichtbaar kunnen worden.’

Het is een enorme uitdaging om deze groep kwetsbare jongeren op weg te helpen naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan, met een eigen thuis. Soms maakt ons systeem van regels en goedbedoeld beleid de toegang tot de juiste hulp onbereikbaar. Wat is de weg uit dit soms verkokerde oerwoud van loketten?

De betrokken partijen zijn het er unaniem over eens: er moeten zo snel mogelijk basisvoorzieningen worden ingericht om iedere jongere snelle toegang tot bestaanszekerheid te geven.

Bestaanszekerheid garanderen

De betrokken partijen zijn het er unaniem over eens: er moeten zo snel mogelijk basisvoorzieningen worden ingericht om iedere jongere snelle toegang tot bestaanszekerheid te geven: onderdak, een passende woning en inkomen. En zorg als die nodig is.

Probleem: (leef)geld
Eerder actieonderzoek liet zien dat er geen adequate inkomensvoorziening bestaat voor dak- en thuisloze jongeren. Gemeenten kunnen weliswaar naar eigen bevinden een uitzondering maken, maar voor 10.000 jongeren zijn standaarden nodig, geen uitzonderingen. Daarnaast kampen veel dak- en thuisloze jongeren met schulden.

Oplossingsrichting: prepaid pinpas
In theorie heeft iedereen recht op een bankrekening. Maar het lukt sommige jongeren niet een rekening te krijgen of te houden. Terwijl ze wel geld nodig hebben. Voor deze mensen is er de prepaid pinpas. Die hoort niet bij een bankrekening, maar er kan wel mee worden betaald. Vanuit het uitkeringssysteem kan er geld op worden gezet. Je kunt geen ander geld naar de pas overmaken, en ook geen zorgtoeslag. De prepaid pas is vooral handig voor spoedgevallen. De bijstandsconsulent kan bepalen hoeveel geld er op de pinpas staat. Meestal is dit leefgeld. Met de pinpas kan worden afgerekend in winkels en er kan geld mee worden opgenomen bij een automaat.

Vasthouden aan perspectief van de jongere

Het perspectief van de jongere zelf moet in alle gevallen leidend zijn. Er moet respect zijn voor de autonomie van de jongere. Zelfs als iemand fouten maakt. We laten niet los tot er op alle levensgebieden sprake is van een voldoende duurzame situatie. Vasthouden aan perspectief is uitdagend en vraagt uithoudingsvermogen. Maar het vereist ook dat professionals de juiste instrumenten krijgen om aan dit perspectief vast te houden. Het Nationaal Doorbraakprogramma, waarbij de Doorbraakmethode als instrument wordt ingezet, helpt om het perspectief van de jongere steeds voor ogen te houden en vervolgens te realiseren. 

Probleem: het 18-/18+ criterium  
Als jongeren 18 worden gebeurt er van alles. Zeker als ze zorg nodig hebben. Na hun achttiende verjaardag vallen ze immers niet meer onder de jeugdwet. Iedere jongere met problemen is anders en hun problemen kennen een verschillende dynamiek. Dat vraagt vaak om veel soepelere overgangen. Het 18-/18+ criterium creëert voor sommige jongeren meer problemen dan het oplost. Er zijn juridisch veel uitzonderingen mogelijk. Echter in de praktijk blijken die uitzonderingen in meerdere levensdomeinen (wonen, zorg, inkomen, schulden, onderwijs, werk) te veel werk voor professionals met een zware caseload.

Oplossingsrichting: perspectiefbudget en perspectiefplan
Een perspectiefbudget is een pot geld die professionals kunnen besteden aan wat er dan ook nodig is rond de achttiende verjaardag van een jongere. Niet-geoormerkt geld dus. Professional en jongere kunnen dit gebruiken om bijvoorbeeld tijdelijk vaste lasten te betalen. Of als inkomen, zolang er nog geen studiefinanciering, salaris of uitkering is. Een perspectiefbudget kan niet zonder perspectiefplan.

Echte oplossingen voor echte problemen

De kracht van de oplossingsrichtingen, die met bestuurders zijn besproken, is dat ze niet zijn bedacht achter een bureau, maar voortkomen uit actieonderzoek. Wat we weten en leren, is getest aan de hand van casuïstiek van betrokken gemeenten. Jongeren en de mensen die hen directe hulp verlenen, hebben hierover meegedacht. Zo sluiten de oplossingsrichtingen het best aan bij echte problemen. We kiezen hierbij voor het principe: hulp gaat vóór financiering. Juist dit vertrekpunt maakt deze oplossingsrichtingen radicaal anders.   
 

Kanttekening: woningnood 

Een oplossing in het sociaal domein komt niet tot stand zonder woonoplossing. In de ruimtelijke ordening wordt niet vanzelfsprekend rekening gehouden met deze groep kwetsbare dak- en thuislozen. Er zijn immers veel meer kwetsbare groepen. De kanttekening van wethouders en bestuurders in de werksessie was dan ook: de geboden oplossingen zijn goed, maar reiken nog niet ver genoeg. 

Het rendabel maken van vastgoed voor deze groepen is ingewikkeld. Een eigen woning is voor hen doorgaans onbetaalbaar. Terwijl het betaalbaar maken van een woning ook besparingen voor het sociaal domein met zich kan mee brengen. Daarom wordt er de komende maanden nog extra goed gekeken naar de brede maatschappelijke kosten- en batenanalyse, specifiek op het gebied van wonen. 
 

Als dit in een paar gemeenten kan, kan het ook in de rest van het land.

Lokaal implementeren

Elk van de veertien betrokken pilotgemeenten bepaalt zelf de prioriteit in de oplossingsrichting. In september komen alle partijen bij elkaar terug om definitieve afspraken over de lokale implementatie te maken. In de tussentijd verwerkt het IPW, samen met de pilotgemeenten, de bij de bestuurders opgehaalde input en scherpt deze aan. De wens is om de oplossingsrichtingen daarna met het hele land te delen. Want: ‘Als dit in een paar gemeenten kan, kan het ook in de rest van het land. Zo zorgen we er gezamenlijk voor dat alle dak- en thuisloze jongeren worden geholpen’, aldus staatssecretaris Blokhuis.

Het vraagt moed om in dit proces continu te reflecteren op het functioneren van alle betrokken instanties: waar knelt het? Wat staat er nog in de weg? Maar in plaats van de moed te verliezen, zetten alle betrokkenen de schouders er blijvend onder. Er wordt over grenzen van eigen kunnen en belangen heen gekeken. Want dit probleem raakt iedereen. Er wordt gekeken hoe oplossingsrichtingen die voortkomen uit de praktijk terug kunnen vloeien in het beleid. Want een duurzame oplossing maakt dat nieuwe instroom van dak- en thuisloze jongeren ook in de toekomst wordt voorkomen.