‘Voortvarende aanpak kan dak- en thuisloosheid snel substantieel verminderen’

Een jaar geleden presenteerde de Raad Volksgezondheid & Samenleving (RVS) het advies ‘Herstel begint met een huis’ aan staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS. De Raad zette op zijn verzoek de routes naar dak- of thuisloosheid op een rij, en adviseerde een structureel andere aanpak. Met een plek om te wonen aan de basis van elk passend hulpverleningstraject. Vlak voor de presentatie overviel de coronacrisis Nederland. Dat maakt het advies alleen nog maar urgenter, zegt RVS-voorzitter Jet Bussemaker. “Corona is een waanzinnig groot maatschappelijk life event, waardoor meer mensen risico op dak- en thuisloosheid lopen. Maar als we het probleem voortvarend aanpakken, kunnen we in één tot twee jaar substantieel minder dak- en thuislozen hebben.’’

Wat betekent corona voor dak- en thuisloosheid, een probleem dat in de jaren vóór de crisis ook al sterk in omvang toenam?

“Door de coronacrisis en de gevolgen daarvan komen sommige routes naar dakloosheid waar wij in het advies op wezen alleen maar vaker voor, en het einde is nog niet in zicht. Een life event als echtscheiding, baanverlies of inkomensachteruitgang is het beginpunt van één van de belangrijkste routes. Door corona werken we thuis, hebben we een avondklok, zitten we op elkaars lip. Dat leidt tot meer scheidingen en meer huiselijk geweld, gebeurtenissen die de aanzet tot dak- en thuisloosheid kunnen zijn.’’

“We kampten voor de crisis bovendien al jaren met afnemende bestaanszekerheid, met steeds meer zzp’ers en flexwerkers en steeds minder vaste banen. Er is een enorme tweedeling op de arbeidsmarkt. Als je van de ene onzekere baan naar de andere gaat, doet een life event je nou eenmaal sneller de das om dan wanneer je vastigheid hebt. Dan kun je al heel gauw je huis niet meer betalen. Corona versterkt dat nog eens, omdat veel banen verloren gaan of onzeker zijn.”

Ik vond het inspirerend om tijdens deze crisistijd te zien dat er nieuwe initiatieven kwamen om daklozen een plek te bieden.

“Ik vond het inspirerend om tijdens deze crisistijd te zien dat er nieuwe initiatieven kwamen om daklozen een plek te bieden, in leegstaande hotels bijvoorbeeld. Het gaf mensen gelegenheid om tijdelijk bij te komen en niet alleen over vandaag en morgen na te denken, maar ook over overmorgen. Dat vraagt creativiteit: we moeten gezamenlijk zoeken naar bijzondere oplossingen.”

Blokhuis kwam met een plan voor 10.000 woningen woonplekken, een zogenoemde bufferzone. Hoe helpt dat dak- en thuislozen? En is het genoeg?

“Blokhuis verdient een compliment, omdat hij snel inzag dat er meer woningplekken nodig zijn, en daar het afgelopen jaar werk van heeft gemaakt. Het lastige is dat we met de enorme woningnood moeilijk kunnen komen met voorrang voor dak- en thuislozen. In die nieuwe bufferzone gaat het daarom niet altijd om officiële zelfstandige woonruimte. Het kunnen tijdelijke woningen zijn, vakantiewoningen, kantoorpanden. Plekken waar je kunt slapen, waar je overdag kunt zijn, waar je de rust hebt om je leven weer op te pakken. Maar het is slechts een begin, die 10.000. We constateerden in het advies al dat we in 2018 40.000 dak- en thuislozen hadden. En dat aantal zal door corona eerder oplopen dan afnemen. Continue aandacht van beleid is dus cruciaal.”

Het aantal dak- en thuislozen zal door corona eerder oplopen dan afnemen.

“In het advies stelden we dat dak- en thuisloosheid continue aandacht nodig heeft, ook buiten piekmomenten. We moeten dakloosheid meer benaderen als een roep om hulp en ondersteuning, en als een gezamenlijk probleem. Daarom hoop ik op een doorbraak in de samenwerking tussen departementen, gemeenten en hulporganisaties. Preventie en samenhang zijn cruciaal. Want met een woning alleen, hoe belangrijk ook, los je niet alle problemen op. Daar is samenspel voor nodig. Dan is het funest als overheden en organisaties de hele tijd naar elkaar doorverwijzen, zodat mensen in een vicieuze cirkel terechtkomen.”

Hoe moet een nieuwe regering dak- en thuisloosheid aanpakken, iets dat u een ‘lakmoesproef voor de samenleving’ noemt?

“Ik zou zeggen: vind de weg omhoog en houd die vast. Want die tienduizenden mensen zonder dak boven hun hoofd zijn echt een schandvlek. Net als dat we het aantal dak- en thuislozen in tien jaar hebben zien verdubbelen. Oók deels in goede tijden dus. Je ziet nu dat mensen door heel verschillende oorzaken op straat belanden. En door nieuwe routes dreigen ook groepen door het ijs te zakken die vroeger weinig risico liepen. Dus stap één is: zorg voor die bufferzones.”

Stap één is: zorg voor die bufferzones.

“Stap twee vind ik echt cruciaal: ga anders om met zelfredzaamheid. Nu doen we pas iets voor dak- en thuislozen als ze al hebben bewézen dat ze niet meer zelfredzaam zijn. Daardoor worden ze steeds verder naar de buitenrand van de samenleving geduwd, alsof ze in een centrifuge zitten. Dat is voor de betrokkenen buitengewoon frustrerend, maar ook voor de samenleving. Het is een erg ondoelmatige manier van beleid en tast de maatschappelijke veerkracht aan.”

“Als je dit probleem voortvarend aanpakt, en je neemt alle mogelijke maatregelen, dan moet je binnen één tot twee jaar een heel substantiële daling van het aantal dak- en thuislozen kunnen bereiken. Maar dan moet je er wél met zijn allen voor zorgen dat er samen permanent op wordt gestuurd, en het niet bij voornemens laten. En je hebt een minister of staatssecretaris nodig die er bovenop zit.’’

Welke route naar dakloosheid moet volgens u nu het dringendst worden aangepakt?

“Op dit moment zijn dat de life events. Je zou kunnen zeggen dat de coronacrisis voor ons allemaal één groot en waanzinnig maatschappelijk life event is, waarvan de gevolgen helaas ongelijk verdeeld zijn. Voorkom daarom dat mensen sociaal worden uitgesloten. Als je geen geld hebt voor een huis of eten, dan kom je heel snel buiten de samenleving te staan. Het ene probleem zwengelt dan het andere aan, en voor je het weet zit je in die centrifuge.”

We mogen ook wat verwachten van dak- en thuislozen zelf.

“Maar we mogen ook wat verwachten van dak- en thuislozen zelf. Dat ze bijvoorbeeld tijdelijk financiële bevoegdheden afstaan aan een bewindvoerder. Dat ze dagbesteding zoeken, structuur aanbrengen. Daar hebben ze hulp bij nodig, maar je mag ze ook vragen er zelf serieus werk van te maken. We willen niet alle dak- en thuislozen gaan pamperen. We willen hun probleem benaderen als heel vervelende pech, en het niet makkelijk wegzetten als ‘eigen schuld’.”